De geschiedenis van Terschelling in boekvorm

31 oktober 2026 | 10:24

Deel dit artikel

Leestijd: 6 minuten

‘Wat nu het toerisme is, was vroeger de scheepvaart en visserij’

Terschelling is bekend van de vuurtoren Brandaris, het muziekfestival Oerol in juni en de Berenloop, een hardloopevenement op 31 oktober en 1 november. Ook is het Waddeneiland een geliefde vakantiebestemming die jaarlijks een half miljoen toeristen trekt. Vroeger was Terschelling echter in grote mate afhankelijk van de visserij en scheepvaart. Dat en veel meer staat in een pas uitgebracht boek, geschreven door Liek Mulder en co-auteur Anne Doedens.

Woensdag 21 oktober was de officiële presentatie van Het verhaal van Terschelling in de raadzaal van het gemeentehuis van West-Terschelling. Burgemeester Roel Cazemier nam met zichtbaar plezier het eerste exemplaar in ontvangst.

Overhandiging van het boek aan de burgemeester van West-Terschelling. (Vlnr): Roel Cazemier, Anne Doedens, Liek Mulder en Frans Schot.

Het verhaal van Terschelling is het 52ste boek van historicus en oud-docent geschiedenis Liek Mulder (84). De Harderwijker beschreef de geschiedenis van een Waddengemeenschap samen met co-auteur Anne Doedens. Het boek is onder andere geïllustreerd met afbeeldingen van aquarellen en olieverfschilderijen van de Terschellinger kunstenaar Frans Schot.

Omslag van het boek.

Aanleiding

Het idee om een boek over Terschelling te schrijven werd geopperd door mede-auteur Doedens, die eerder boeken over de Wadden had geschreven met de Vlielander historicus Jan Houter. Na de publicatie van een canon over de Wadden was het schrijven van een boek over Terschelling een volgend project. Liek Mulder, die de afgelopen jaren vaker boeken met Doedens publiceerde, was hier wel voor in.

“Het is leuk om over Terschelling te schrijven, want een compleet verhaal over de geschiedenis van het eiland was er nog niet”, vertelt Mulder. Wel zijn er veel kleinere publicaties verschenen over de folklore van het Oerol Festival, de cranberryteelt, mythen en sagen over vergane schepen, over zee- en walvisvaarders en bekende loodsen. Onze uitdaging was een overzicht van de hele geschiedenis van het eiland te schrijven.”

De auteurs legden hun idee voor aan de Walburg Pers in Zutphen, een bekende naam als uitgever van geschiedenisboeken. De uitgeefster reageerde positief. Vervolgens hebben Mulder en Doedens vanaf juli 2025 tien maanden aan het boek gewerkt. In mei 2026 was de tekst van het 216 pagina’s tellende boek gereed.

Terschelling is het op één na grootste Waddeneiland van ruim 30 kilmeter lang en tussen de 4,5 en 5 kilometer breed. Het is vooral populair om te fietsen en te wandelen. Ook is er veel horeca en zijn er luxe winkels gericht op het toerisme.

De auteurs werden geïnterviewd door de Waddenomroep tijdens de presentatie. (foto: Anja de Weerd)

Ontstaan

Er zijn vage bewoningssporen uit de Romeinse tijd, die mogelijk verwijzen naar bewoners vanaf de vierde en vijfde eeuw na Christus. In de achtste eeuw, 700 na Christus, worden die bewijzen concreter. De schrijvers beginnen echter in de IJstijd, waar het eerste hoofdstuk over gaat. Het Waddengebied ontstond na de laatste IJstijd, die 12.000 jaar geleden eindigde. Destijds lag de zeespiegel 70 meter lager dan nu. De Noordzee bestond nog niet en je kon bij wijze van spreken zo van Nederland naar Engeland lopen. Na die IJstijd vulde de Noordzee zich in enkele duizenden jaren. De Wadden werden een moerassig veengebied en op zandplaten zijn de eilanden ontstaan.

De tegenwoordige Waddeneilanden ‘wandelden’ eeuwenlang door de Waddenzee. Omstreeks 1400 raakte Terschelling definitief los van Friesland en werd een echt eiland. Eind achttiende eeuw groeiden zandplaten vast aan de oostkant van Terschelling: het ontstaan van de Boschplaat.

Dijkdoorbraken en overstromingen kenmerken de geschiedenis van het eiland. Dorpjes verdwenen in de loop der eeuwen onder het zand. Momenteel telt Terschelling achttien dorpjes en vijfduizend inwoners. De helft van de bevolking woont in het dorp West-Terschelling.

Visserij en scheepvaart

Lange tijd leefde het eiland van de zee. Het Vlie, een zeestraat tussen Vlieland en Terschelling, vormde een belangrijke toegang tot de Zuiderzee. Voor talloze schepen was dit een doorvoerroute richting Amsterdam. Grote Oost-Indiëvaarders bleven op de reden van Terschelling en Vlieland achter, kleinere schepen brachten de goederen over de Zuiderzee naar Amsterdam.

De Terschellingers waren bekend met de zee en werden vanwege hun ervaring ingehuurd als kapitein of commandeur, de vertegenwoordiger van de eigenaar van een koopvaardijschip. In de zeventiende eeuw kwamen veel walvisvaarders van Terschelling die in de zomer in de omgeving van Spitsbergen op walvissen joegen. De bekendste Terschellinger is Willem Barentsz., de ontdekker van Spitsbergen. In de koudere jaargetijden was er veel werk als loods, iemand die schepen door de gevaarlijke vaarroutes navigeert.

De grootste ramp trof het eiland in 1666, toen de Engelsen tijdens de tweede Engels-Nederlandse oorlog (1665-1667) het dorp West-Terschelling in brand staken en op het Vlie een grote vloot van 160 koopvaardijschepen in vlammen op lieten gaan. Gebeurtenissen die nog steeds worden herdacht.

Vanaf Terschelling was er in de periode 1500-1800 veel internationale scheepvaart. Zo waren er vaarroutes van en naar de Oostzee om graan te vervoeren en werd timmerhout, stokvis en pelsen van dieren uit Scandinavië opgehaald. Terschellingers speelden hierbij een belangrijke rol, zo blijkt uit de Sontregisters waarin kapiteins en hun lading staan opgetekend.

Door de aanleg van het Noordzeekanaal (1876) en de Nieuwe Waterweg (1872) en later de Afsluitdijk (1932) viel de broodwinning voor de scheepvaart en visserij grotendeels weg. De handelsroutes verplaatsten zich naar Rotterdam en Amsterdam. Veel Terschellingers monsterden op koopvaardijschepen.

Liek Mulder bedankte de meelezers uitvoerig en roemde ook Terschellinger kunstenaar Frans Schot voor zijn werk. (foto: Anja de Weerd).

Herkomst Oerol

Vergeleken met de rol van de zee waren de landbouw en veeteelt kleinschalig. De agrarische sector was bescheiden, als gevolg van veel duinen en weinig vruchtbare grond. In vergelijking tot de kapiteins, die het relatief goed hadden, was het grootste deel van de boerenbevolking arm. Schapen en ander vee liepen vanaf september in de winterperiode overal rond op het eiland. In het voorjaar werden de dieren weer opgehaald door de boeren. Dat gewoonterecht werd oerol (overal) genoemd. Die naam wordt gebruikt voor het Oerol Festival, het muziekfestival dat sinds 1982 bestaat en jaarlijks meer dan 50 duizend bezoekers trekt.

Rond 1900 begon het toerisme op te komen en groeide na de Tweede Wereldoorlog uit tot de grootste inkomstenbron. Per jaar trekt het eiland een half miljoen bezoekers. Het seizoen duurt steeds langer. De Berenloop, het hardloopevenement eind oktober, trekt jaarlijks vierduizend deelnemers. Daar profiteren ook de hotels, vakantiehuizen en horeca van. De sfeer op het eiland is bijzonder; er worden massaal fietsen verhuurd, er is een goede busverbinding en veel toeristen maken gebruik van de 70 kilometer aan wandelpaden. De auto’s die er rijden zijn vooral van eilanders.

Natuur

Het leven met de zee blijft essentieel voor de bewoners. De Terschellingers (en Vlielanders) zijn erg afhankelijk van de veerdiensten van Rederij Doeksen. Als die tijdens een storm uitvallen, zit het eiland ‘op slot’. Vanuit Harlingen doet een snelboot er 50 minuten over, de gewone veerboot manoeuvreert zich in twee uur tussen de zandbanken en zandplaten naar het eiland of naar de vertrekhaven Harlingen. Het ‘landschap’ verandert voortdurend door eb en vloed. Bij laag water zijn op de drooggevallen zeehonden te zien. Het Waddengebied is beschermd Unesco werelderfgoed en belangrijk voor trekvogels.

Louter voor liefhebberij

Mulder, die samen met Doedens de geschiedenis van Terschelling tot en met de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 heeft beschreven, kijkt met een voldaan gevoel terug. “Terschelling, wat nu een populair eiland is, met aan de ene kant de branding van de Noordzee en aan de andere kant de Waddenkust, is een mooie bestemming voor mensen die ervan houden om buiten te zijn. Wij schreven dit boek met veel inzet en betrokkenheid en zijn er speciaal enkele keren voor naar het eiland gereisd. Er waren leuke contacten met een meeleesgroep van zeven Terschellingers, die adviezen gaf en het boek promoot op het eiland. De uitgeefster vertelde dat er al behoorlijk wat bestellingen zijn gedaan en ik verwacht dat op Terschelling wel enkele duizend boeken verkocht worden aan eilanders en toeristen.”

Birthe Sjoer gaat het boek van Liek Mulder verkopen in haar winkel Boeklief. (foto’s: Marco Jansen)

Het boek is binnenkort verkrijgbaar bij BoekLief (Hondegatstraat 7) in Harderwijk.


Website door:  Refreshed | Gewoon goede websites